top of page
  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon
MOTOREXAMEN VOERTUIGBEHEERSING

AVB-oefeningen uitgelegd

Voor je motorrijbewijs doe je eerst het AVB-examen bij het CBR. Per oefening zie je hier wat je moet doen en hoe je het oefent op ons terrein in Ermelo.

Leerling op de Honda CB650R tussen de pionnen op ons oefenterrein in Ermelo
ALLE 12 OEFENINGEN
Schets AVB-oefening lopend achteruit parkeren motor met pionnen en parkeervak van 2 bij 3 meter

1 Lopend parkeren

Schets AVB-oefening langzame slalom motor met pionnen en maten

2 Langzame slalom

Schets AVB-oefening denkbeeldige acht motor met pionnen en maten

3 De acht

Schets AVB-oefening halve draai motor met pionnen en maten

4 Halve draai

Schets AVB-oefening stapvoets rijden motor over 20 meter met richtpunt

5 Stapvoets

Schets AVB-oefening wegrijden uit parkeervak motor, vak van 2 bij 3 meter

6 Wegrijden uit vak

Schets AVB-oefening uitwijkoefening motor met pionnen en maten

7 Uitwijken

Schets AVB-oefening snelle slalom motor met pionnen en maten

8 Snelle slalom

Schets AVB-oefening vertragingsoefening motor met pionnen en maten

9 Vertragen

Schets AVB-oefening noodstop motor met pionnen en maten

10 Noodstop

Schets AVB-oefening precisiestop motor met pionnen en maten

11 Precisiestop

Schets AVB-oefening stopproef motor met pionnen en maten

12 Stopproef

🎬 In onze filmpjes zie je vooral echte leerlingen tijdens hun lessen. Niet alles gaat meteen perfect, en dat hoeft ook niet: zo ziet oefenen er nu eenmaal uit.

HET EXAMEN

Zo werkt het AVB-examen

Het AVB-examen (examen voertuigbeheersing) duurt 20 minuten en doe je bij het CBR in Harderwijk, op een afgesloten terrein. De examinator kiest 7 van de 12 oefeningen: altijd lopend achteruit parkeren, en uit cluster 2, 3 en 4 elk twee, waaronder de verplichte. Je mag een oefening één keer overdoen, en je slaagt als je minstens vijf verschillende oefeningen voldoende rijdt, met in cluster 2, 3 en 4 minstens één voldoende.

​

✓ Waar de examinator op let: je bediening (zelf goed doseren met rem, koppeling en gas, met een licht trekkende motor), je sturen (stuurvast, goed afschuinen, met de juiste kijktechniek en houding; goed tegensturen telt positief) en je balans. Dat begint al bij van de standaard halen, opstappen en wegrijden.

✓ Geen verkeer: je rijdt op een terrein, niet op de openbare weg. Letten op ander verkeer wordt bij het AVB dus niet beoordeeld. Op- en afstappen telt wel mee, bij het AVB én het AVD.

✓ Doorstromen naar A2 of A: geen AVB-examen. Tijdens je AVD-examen kiest de examinator 2 korte manoeuvres: omkeren, lopend achteruit parkeren, wegrijden uit een (parkeer)vak of stapvoets rijden.

✓ Uitslag: die hoor je direct na afloop op het terrein.
✓ Wat neem je mee naar je examen? Een geldig identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart of je rijbewijs). Op de motor draag je volledige motorkleding: een helm, motorhandschoenen, een motorjas, een motorbroek en motorlaarzen. Dat hoef je niet zelf te kopen: alles leen je bij ons.
✓ Uitrusting (CBR-eis): goedgekeurde helm met vizier of bril, stevige schoenen die je enkels bedekken, handschoenen tot over de pols, en een broek en jas die je benen, bovenlijf en armen helemaal bedekken. Helm en kleding leen je bij ons.
✓ Let op: breekt de examinator het examen af door gevaarlijk rijgedrag, dan kun je pas na 6 weken herexamen doen.

Zo ziet een AVB-examendag eruit

CLUSTER 1

Lopen en parkeren

Lopend parkeren

Lopend achteruit parkeren (verplicht)

Lopend parkeren, met een dansje

Lopend parkeren op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening lopend achteruit parkeren motor met pionnen en parkeervak van 2 bij 3 meter

Opstelling: een baan met pionnen (10 meter aanloop en 10 meter uitloop) met een parkeervak van 2 meter breed en 3 meter diep.

Wat je doet: de motor staat uit. Je loopt links naast de motor, met beide handen aan het stuur en de voorrem binnen bereik. Je loopt langs de rechterkant van de baan tot voorbij het vak en loopt dan in een bocht achteruit het vak in. Daar zet je de motor op de standaard, haalt hem er weer af en loopt vooruit het vak uit naar rechts, tot de laatste pion.

Waar de examinator op let: de motor blijft in balans, je veroorzaakt geen gevaar of schade en je gebruikt de standaard goed.

Hier zakken de meeste leerlingen op: bij het vooruit lopen de voorrem niet bedienbaar houden, de motor uit balans laten raken, iets omver lopen of beschadigen, de standaard niet goed gebruiken, of niet doorlopen tot de laatste pion.

Dit gaat ook vaak mis: al in het vak opstappen.

Onze tip: loop je vooruit, dan zijn je beide handen aan het stuur en is je rechterhand getrouwd met de voorrem. Loop je achteruit het vak in, dan houd je minstens één hand stevig aan het stuur en stuur je de motor rustig in de bocht. Loop netjes door tot de laatste pion, want pas dan is de oefening klaar. En de middenstandaard? Voet erop, gewicht erin, en omhoog vanuit je benen. Met je armen sjouwen win je het niet van 200 kilo motor. Daarom hebben wij gewoon een zijstandaard: uitklappen, stuur gedraaid, motor er rustig op laten zakken. Scheelt een heleboel gedoe (en een hoop zweet) 😉

Leerlingen oefenen AVB-oefeningen op het motoroefenterrein in Ermelo
CLUSTER 2

Langzaam rijden

Langzame slalom

Langzame slalom (verplicht)

Nog een langzame slalom

En nog een langzame slalom

Langzame slalom op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening langzame slalom motor met pionnen en maten

Opstelling: een rij pionnen, 3 meter uit elkaar.

Wat je doet: je rijdt recht op de eerste pion af (rijdend of vanuit stilstand), slalomt links en rechts om alle pionnen en rijdt na de laatste pion weer rechtdoor.

Techniek: een slippende koppeling is verplicht. Je snelheid regel je met gas en de achterrem. Sturen doe je vanuit je heupen en het stuur.

Hier zakken de meeste leerlingen op: geen slippende koppeling, een pion raken of overslaan, of niet recht erin en recht eruit rijden.

Dit gaat ook vaak mis: naar de pionnen kijken, en op lage snelheid met de voorrem remmen.

Onze tip: zet een liedje in je hoofd met twee lettergrepen. De ene leerling neemt "wa-ter", de andere "co-la": wat voor jou werkt, werkt voor ons ook. Bij elke tel stuur je de andere kant op, gewoon op je eigen zelfbedachte nummer. En vergeet alsjeblieft je achterrem niet, anders ga je weer te hard. Je snelheid regel je met de achterrem, niet met de koppeling, want dan lig je om.

De acht

Denkbeeldige acht (keuze)

De acht op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening denkbeeldige acht motor met pionnen en maten

Opstelling: een denkbeeldige rechthoek van 12 bij 6 meter.

Wat je doet: je rijdt de rechthoek in aan de rechterkant van een korte kant, rijdt naar het einde en rijdt één complete acht, te beginnen met een linkerbocht.

Techniek: een licht trekkende motor en een gelijkmatige snelheid, zo nodig met achterrem en slippende koppeling. Laat de motor goed hellen, dan blijven je bochten klein.

Hier zakken de meeste leerlingen op: een voet aan de grond terwijl je rijdt, buiten de rechthoek komen, of geen complete acht rijden.

Dit gaat ook vaak mis: wisselende snelheid, een motor die niet licht trekt, naar de pionnen of de grond kijken in plaats van door de bocht, en niet afschuinen.

Onze tip: voorbereiding is het halve werk. Heb je gas en achterrem al klaar voordat je begint, dan hoef je in de bocht niets meer te zoeken. Draai op tijd je hoofd naar waar je heen wilt en kijk door, niet naar de pion: waar je kijkt, ga je heen. Laat de motor afschuinen terwijl jij rechtop blijft zitten, dan wordt je acht vanzelf strak.

Halve draai

Halve draai (keuze)

Halve draai linksom

Nog een halve draai linksom

Halve draai op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening halve draai motor met pionnen en maten

Opstelling: een denkbeeldige rijbaan van 6 meter breed.

Wat je doet: je rijdt de baan in aan de linker- of rechterkant (dat kiest de examinator) en maakt na de tweede pion in één vloeiende beweging een halve draai, terug naar waar je vandaan kwam, binnen de baan.

Techniek: een licht trekkende motor, een zo constant mogelijke snelheid, zo nodig achterrem en slippende koppeling, en goed afschuinen om de bocht klein te houden.

Hier zakken de meeste leerlingen op: buiten de baan uitkomen, een voet aan de grond terwijl je rijdt, of de draai niet in één vloeiende beweging maken.

Dit gaat ook vaak mis: wisselende snelheid, niet doorkijken en niet afschuinen.

Ze kijkt naar de pion in plaats van door de bocht. Daardoor wordt de draai te wijd.

Een voet aan de grond terwijl je rijdt: dat is een zakfout.

Te weinig gas en niet doorkijken: de draai lukt niet.

Onze tip: dit is hét moment om te laten zien wat je kunt! Draai je hoofd al ruim vóór de bocht naar waar je uit wilt komen, en houd die blik vast. Je hoofd stuurt, de motor volgt, en je draait krapper dan je ooit had gedacht. Elke keer dat het lukt, voelt als een kleine overwinning.

Stapvoets

Stapvoets rijden (keuze)

Stapvoets rijden op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening stapvoets rijden motor over 20 meter met richtpunt

Opstelling: een rechte lijn van 20 meter, met een richtpunt aan het eind.

Wat je doet: je rijdt in wandeltempo rechtuit, naast de meelopende examinator, en stopt vóór het richtpunt.

Techniek: een licht trekkende motor, een slippende koppeling en zo nodig de achterrem. Je voeten blijven op de voetsteunen. Bij het stoppen mag je de voorrem gebruiken.

Hier zakken de meeste leerlingen op: een voet aan de grond terwijl je rijdt, te hard rijden (geen wandeltempo), niet recht rijden, of niet vóór het richtpunt stilstaan.

Dit gaat ook vaak mis: de achterrem niet gebruiken om af te remmen, en naar je voorwiel kijken.

Onze tip: de enige oefening waarin de langzaamste wint. Stel je voor dat je naast een vriend loopt en gezellig bijpraat: rustig, ontspannen, ogen ver vooruit naar het eindpunt. Laat de koppeling slippen, houd het tempo in toom met je achterrem, en stop netjes vóór de pion. De examinator loopt naast je, dus geef hem een rustig wandelingetje.

Wegrijden uit vak

Wegrijden uit (parkeer)vak (keuze)

Wegrijden uit het vak op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening wegrijden uit parkeervak motor, vak van 2 bij 3 meter

Opstelling: een vak van 2 bij 3 meter, haaks op een denkbeeldige rijbaan van 3 meter breed.

Wat je doet: de motor staat met het voorwiel tegen de (denkbeeldige) rijbaan. De examinator zegt of je naar links of rechts wegrijdt. Je rijdt vanuit stilstand in een gecontroleerde bocht weg, blijft binnen de baan en rijdt daarna een paar meter rechtuit.

Techniek: bij stilstand één voet aan de grond, aan de kant waar je naartoe gaat. Je snelheid regel je met gas, koppeling en zo nodig de achterrem.

Hier zakken de meeste leerlingen op: buiten de baan komen, steppen met je voet, of de motor laten omvallen doordat hij niet trekt (te weinig gas).

Dit gaat ook vaak mis: te ver achter in het vak staan in plaats van met het voorwiel tegen de rijbaan, en niet ver genoeg kijken.

Onze tip: zie het als wegrijden bij het stoplicht, maar dan in slow motion. Zet de motor haaks op de rijbaan, met je voorwiel tegen de rand van de (denkbeeldige) rijbaan, en je voet aan de kant waar je naartoe gaat op de grond, en je ogen al op het punt waar je heen wilt. Een beetje gas erbij en de koppeling rustig laten opkomen: een motor die trekt, blijft overeind. Je voet mag even blijven hangen, maar we steppen niet: we rijden motor.

CLUSTER 3

Sneller rijden en uitwijken

Uitwijken

Uitwijkoefening (verplicht)

Nog een uitwijkoefening

En nog een uitwijkoefening

Uitwijkoefening op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening uitwijkoefening motor met pionnen en maten

Opstelling: een aanloop met een poortje van 1 meter breed, daarna 15 meter tot het denkbeeldige obstakel, en een uitloop van 18 meter.

Wat je doet: je rijdt met 50 km/u in een rechte lijn aan. Na het poortje wijk je naar links uit, zonder te remmen, en daarna ga je terug naar je eigen weghelft. De laatste pion passeer je rechts.

Techniek: uitwijken met tegensturen (tegenleunen mag ook).

Hier zakken de meeste leerlingen op: remmen (dat mag niet), geen 50 km/u rijden, niet terug naar je eigen weghelft, of de laatste pion niet rechts passeren.

Dit gaat ook vaak mis: harder dan 50 rijden, niet recht aanrijden, of geen echte uitwijkbeweging maken (te voorzichtig).

Onze tip: volgens veel leerlingen de leukste oefening: hier mag je lekker gooien met die motor, en remmen is verboden terrein. Bouw hem rustig op. Eerst de techniek goed: bij het poortje een duidelijke uitwijkbeweging met tegensturen, en kijken naar het gat, niet naar het obstakel. Pas daarna voer je de snelheid op, tot je hem met 50 km/u kunt. Niet harder dan 50, want dan wordt het pas echt spannend.

Snelle slalom

Snelle slalom (keuze)

Snelle slalom van dichtbij

Snelle slalom in overzicht

Snelle slalom op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening snelle slalom motor met pionnen en maten

Opstelling: een rij pionnen, 8 meter uit elkaar.

Wat je doet: je rijdt recht op de eerste pion af, slalomt in een vloeiende lijn om de pionnen en rijdt na de laatste pion weer rechtdoor.

Techniek: een licht trekkende motor en een constante snelheid van minstens 30 km/u. Sturen vanuit je heupen.

Hier zakken de meeste leerlingen op: onder de 30 km/u rijden, een pion raken of overslaan, of geen constante snelheid houden.

Dit gaat ook vaak mis: de bochten niet gelijk verdelen, te laat insturen, de slalom niet afmaken, of niet recht erin en eruit rijden.

Onze tip: de snelle slalom is dansen op de motor. Zoek je ritme, alsof je salsa danst: je stuurt met je heupen en de motor beweegt soepel met je mee. Wij zetten de muziek wel aan (en heb je ooit op dansles gezeten, dan heb je hier een voorsprong). Houd je gashendel losjes vast, dan blijft je gas stabiel. Recht erin, minstens 30 km/u, en kijk twee pionnen vooruit.

Vertragen

Vertragingsoefening (keuze)

Een deel van de vertragingsoefening

Vertragingsoefening op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening vertragingsoefening motor met pionnen en maten

Opstelling: 55 meter aanloop tot een poortje, daarna 20 meter remzone, gevolgd door een slalom met pionnen 8 meter uit elkaar.

Wat je doet: je trekt vanuit stilstand op tot 50 km/u, in minstens de derde versnelling. Bij het poortje draai je het gas dicht en rem je meteen met beide remmen. Je ontkoppelt en schakelt terug. Je komt de slalom in met 30 km/u, met de remmen los en de koppeling los, en rijdt de slalom met minstens 30 km/u.

Techniek: krachtig maar gecontroleerd remmen, op tijd terugschakelen, en in de slalom sturen vanuit je heupen met een licht trekkende motor.

Hier zakken de meeste leerlingen op: geen 50 km/u of niet in minstens de derde versnelling, niet direct met beide remmen remmen, in de slalom nog remmen of de koppeling nog in hebben, of onder de 30 km/u in de slalom.

Dit gaat ook vaak mis: te langzaam aankomen, te zacht remmen, en in de slalom geen gas geven.

Onze tip: echt 50 km/u in de derde, bij het poortje stevig remmen met beide remmen en terugschakelen. Vóór de eerste pion zijn je remmen én je koppeling los, en houd je met een beetje gas minstens 30 km/u vast. Remmen en daarna weer gas: dat is de hele truc.

CLUSTER 4

Remmen

Noodstop

Noodstop (verplicht)

Nog een remoefening

Remmen oefenen op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening noodstop motor met pionnen en maten

Opstelling: een rechte baan met een poortje van twee pionnen.

Wat je doet: je rijdt recht aan met een constante 50 km/u. Bij het poortje draai je het gas dicht, rem je maximaal en ontkoppel je meteen.

Techniek: in principe beide remmen, waarbij de voorrem het belangrijkst is. Zo kort mogelijk remmen, en de motor blijft onder controle.

Hier zakken de meeste leerlingen op: niet direct bij het poortje remmen (te vroeg of te laat), een te lange remweg, of de motor niet onder controle houden (bijvoorbeeld een blokkerend wiel).

Dit gaat ook vaak mis: te voorzichtig remmen, en niet vooruit kijken.

Onze tip: de oefening waarin je eindelijk vol in de remmen mag. Precies bij het poortje, en dan stevig, vooral met de voorrem. Niet in één ruk dichtknijpen, maar de remdruk snel en vloeiend opbouwen: zo blokkeert je wiel niet en sta je het snelst stil. Kijk vooruit, niet naar je stuur. Kort, krachtig, en de motor blijft recht.

Precisiestop

Precisiestop (keuze)

Nog een precisiestop

En nog een precisiestop

Precisiestop op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening precisiestop motor met pionnen en maten

Opstelling: een poortje, en 17 meter verder een tweede poortje met een stopbord.

Wat je doet: je rijdt recht aan met 50 km/u. Bij het eerste poortje draai je het gas dicht en rem je meteen met beide remmen. Je verdeelt het remmen over die 17 meter en staat stil vlak vóór het tweede poortje. Kort voor stilstand schakel je naar de eerste versnelling.

Techniek: gelijkmatig remmen, zonder grote correcties in de remkracht.

Hier zakken de meeste leerlingen op: voorbij het tweede poortje uitkomen of ver ervoor stilstaan, niet gelijkmatig remmen, of niet direct bij het eerste poortje beginnen.

Dit gaat ook vaak mis: te veel achterrem, en te vroeg terugschakelen in plaats van vlak voor stilstand.

Onze tip: zie het als stoppen voor een verkeerslicht. Daar kijk je vanzelf naar het licht en verdeel je je remmen zonder erover na te denken. Doe hier precies hetzelfde: begin bij het eerste poortje, kijk naar het tweede, en rem rustig en gelijkmatig. Pas vlak voor stilstand naar de eerste versnelling.

Stopproef

Stopproef (keuze)

Stopproef op ons oefenterrein in Ermelo

Schets AVB-oefening stopproef motor met pionnen en maten

Opstelling: een rechte baan met een poortje.

Wat je doet: je rijdt recht aan met 50 km/u. Bij het poortje draai je het gas dicht, rem je meteen met beide remmen en ontkoppel je. Je stopt met een forse, technisch goede remming, maar het is geen noodstop. Kort voor stilstand schakel je terug naar de eerste versnelling.

Verschil met de noodstop: bij de stopproef rem je stevig en beheerst, bij de noodstop zo hard en kort mogelijk.

Hier zakken de meeste leerlingen op: geen forse, technisch goede remming, niet ontkoppelen, of niet kort voor stilstand naar de eerste versnelling schakelen.

Dit gaat ook vaak mis: te vroeg of te laat stilstaan, en niet vooruit kijken.

Onze tip: stevig maar beheerst remmen: geen noodstop, maar ook geen zondagse boodschap. Blik vooruit, koppeling in, en kort voor stilstand terug naar de eerste versnelling.

Motorleerling rijdt over het ruime oefenterrein van Learn to Ride in Ermelo
LEARN TO RIDE

Zo oefen je het bij Learn to Ride

✓ Eigen terrein van 3.100 m² aan de Oude Nijkerkerweg in Ermelo: alle AVB-oefeningen op één plek, met pionnen zoals op het examen.
✓ Beginnen met lessen kan zonder theorie.
✓ Helm en kleding te leen.
✓ Elk pakket is inclusief AVB-examen.

​

Op ons terrein heeft elke oefening een eigen plek en kleur: groene pionnen voor de snelle slalom, oranje voor de langzame slalom, geel voor de acht en de halve draai, en blauw voor de remoefeningen. Zo hoef je nooit te wachten of op te bouwen.

Echte leerlingen, echte lessen

De filmpjes op deze pagina zijn geen reclamebeelden. Je ziet onze leerlingen tijdens hun lessen op ons terrein. Soms gaat er iets mis: een pion die omgaat of een draai die te wijd wordt. Dat hoort erbij, want zo leer je het. Daarom laten we het ook gewoon zien.

Ons oefenterrein in Ermelo, 360 graden rond

Instructeur Bien geeft uitleg op ons oefenterrein in Ermelo

VRAGEN

Veelgestelde vragen over het AVB

Hoeveel AVB-oefeningen moet ik doen op mijn motorexamen?

De examinator kiest er 7 van de 12: altijd lopend achteruit parkeren, en uit de andere drie clusters elk twee, waaronder de verplichte langzame slalom, uitwijkoefening en noodstop.

​

Wat gebeurt er als ik een AVB-oefening niet goed doe?

Elke oefening mag je één keer opnieuw doen. Je slaagt als je na herkansingen minstens vijf verschillende oefeningen voldoende hebt, met in cluster 2, 3 en 4 minstens één voldoende per cluster.

​

Mag ik bij het AVB een voet aan de grond zetten?

Niet terwijl je rijdt: dan blijven je voeten op de steunen. Sta je stil, aan het begin of het eind van een oefening, dan zet je natuurlijk gewoon een voet neer. Bij wegrijden uit een vak staat je voet aan de kant waar je naartoe gaat; die mag bij het wegrijden even blijven hangen, maar steppen mag niet.

​

Moet ik mijn theorie al hebben voor het AVB?

Niet als je een autorijbewijs hebt: dan mag je je AVB-examen doen, en heb je je motortheorie pas nodig voor het AVD. Zonder autorijbewijs heb je eerst je motortheorie nodig.

​

Moet ik bij doorstromen naar A2 of A opnieuw AVB doen?

Nee. Tijdens je AVD-examen vraagt de examinator wel 2 korte manoeuvres, zoals keren, lopend achteruit parkeren, wegrijden uit een vak of stapvoets rijden.

​

Waar doe ik het AVB-examen?

Bij ons doe je het AVB-examen bij CBR Harderwijk. Je oefent alle oefeningen vooraf op ons eigen terrein van 3.100 m² in Ermelo, vlak bij het CBR.

​

Hoeveel lessen heb ik nodig voor het AVB?

Dat verschilt per persoon. Na je proefles krijg je een eerlijk advies, en uren die je overhoudt als je geslaagd bent, betalen we terug.

​

Mag ik examen doen op een verlaagde motor?

Ja. Je doet je examen op dezelfde lesmotor waarop je bij ons lest, ook als dat de verlaagde uitvoering is. Wij zorgen dat de motor voldoet aan de eisen van het CBR voor jouw rijbewijs.

Geschreven door Johan, eigenaar en motorinstructeur bij Learn to Ride · bijgewerkt november 2026 · gebaseerd op de CBR-rijprocedure motor

Klaar om te oefenen?

Plan je proefles op ons eigen terrein in Ermelo.

Geslaagd voor het AVB-examen!

bottom of page